Wakker geworden met een fantastisch uitzicht op de Stille oceaan, die overigens in Amerika de Pacific ocean genoemd wordt. De ligging van onze kamer, in dit toch wel heel brakke hotel, maakte alles goed, niet alleen het uitzicht maar ook het rustgevende geluid van de golven waren heerlijk.
Rond half acht checkten we toch maar uit en vervolgden we onze route over Highway 1 richting het zuiden. Ondanks de voorspelde regen was het juist prima weer, superfijn. De geplande eerste stop, de Devils Slide, kwam al zo snel direct na een tunnel dat we hem in eerste instantie zelfs voorbij reden, maar gelukkig konden we al snel toch weer omdraaien. Het was ook echt de moeite waard, dramatische kliffen, spectaculaire kustlijn, de hoge golven. Op de Devil’s Slide staat een vreemd betonnen gevaarte, een bunker vol graffiti die lijkt te wankelen op de klif boven de oceaan. Dit was destijds een WOII uitkijkpost om vijandelijke schepen te spotten, nu vooral een eyecatcher om zelf naar te kijken.
We zijn er ook nog even naartoe gelopen, en dat was het zeker waard. Steile kliffen, de Stille Oceaan tot aan de horizon, en die bunker die er half bovenop hangt. Schitterend.
Op een gegeven moment moesten we highway 1 achter ons laten en reden we een bosgebied in met Redwoods: ineens hoge redwoods aan weerszijden van de weg. Prachtig slingerende weg, licht dat gefilterd door de boomtoppen valt. Deed ons denken aan de sequoias van vorig jaar, maar toch anders. Sequoias zijn de dikste bomen ter wereld, redwoods juist de hoogste. Ze kunnen tot wel 90 meter worden, zeg maar een flat van zo’n 30 verdiepingen. Patrick moest verplicht even poseren om te laten zien hoe hoog ze zijn.
We hadden tijd genoeg, dus kozen we voor Route 130, dwars door de bergen, een eindeloze reeks haarspeldbochten omhoog. Elke bocht weer een nieuw uitzicht, elke rechte stuk duurde hooguit tien seconden. 😅
Het hoogste punt was de Lick Observatory, een sterrenwacht heel hoog in de bergen, met een weids uitzicht over de valleien beneden. Even uitstappen, en op adem komen, om dan weer naar beneden te kronkelen. Wat een weg. Eerlijk gezegd werd ik er steeds stiller en witter van.. die haarspeldbochten eisten hun tol. 😅 maar Gelukkig werd het tweede deel na verloop van tijd iets rustiger en de uitzichten alleen maar mooier. De San Antonio vallei was werkelijk prachtig, wijd, goudkleurig, en helemaal alleen op de wereld, zo schitterend. Helaas geen foto’s, want ik was allang blij dat ik zelf weer wat rond kon kijken en er gelukkig weer echt van kon genieten 😂
Daarna opende het landschap zich verder, en werden het eindeloze agrarische velden en boomgaarden. Tot we in Coulterville op de befaamde Highway 49 kwamen.
De 49 is de historische goudkoortshighway die dwars door de Sierra Nevada foothills loopt, vernoemd naar de goudzoekers van 1849. Coulterville is precies zo’n stadje, een piepklein Main Street met houten gevels, een oud hotel met saloon en het gevoel dat de tijd er volledig heeft stilgestaan. Wild West maar dan echt. 🤠
Om half vijf kwamen we uiteindelijk aan bij ons hotel, de Chicken Ranch, waar alles, maar dan ook echt alles, in het teken staat van kippen. Van de decoratie, alle teksten tot zelfs de ‘koekoeksklokken’ met kippen, We zijn er maar ingestapt, hebben een heerlijke gegrilde kip sandwich gegeten en zijn met de kippen op tijd op stok gegaan. 🐔😄